Bestuurseisen
Onderwerp: Strategie / Bestuurseisen
Inleiding
VRAAG: Welke kwaliteitseisen stelt uw bestuur aan de beantwoording van de vragen van de burger?
Noot:
Het bestuur moet zorgen dat de kwaliteitseisen van de burger expliciet worden gemaakt.
Om de burger duidelijk te maken wat hij wel en niet kan verwachten qua informatievoorziening moet hij een bij elke rol passende kwaliteitseis formuleren (b.v. in collegeprogramma).
Antwoorden:
Delft
De maatregelen die nodig zijn om de kwaliteit van de dienstverlening gemeentebreed naar een hoger plan te tillen zijn ondergebracht in drie speerpunten:
de burger centraal
systematiseren en verantwoorden
verbeteren van de kanalen voor dienstverlening
Deze worden in dit hoofdstuk verder uitgewerkt:


4.1    De burger centraal
Meer inzicht in de wensen van de burger en de kwaliteit van de dienstverlening Er is meer informatie nodig over het niveau van dienstverlening dat we bereiken en over de tevredenheid van klanten. Daarvoor moeten we niet alleen meer maar ook vaker en gedifferentieerder meten. Goed inspelen op de wensen van de burger kan niet via momentopnames. Alleen met regelmatig onderzoek kunnen ontwikkelingen en trends worden vastgesteld. Hetzelfde geldt voor het meten van ontwikkelingen in de tevredenheid van de klanten over de kwaliteit van de dienstverlening.
Deelplan Klanttevredenheidsonderzoeken De onderzoeksopzet wordt in samenwerking met het vakteam Onderzoek en Statistiek uitgewerkt in het eerste kwartaal van 2004. Het is de bedoeling dat we regelmatig en frequent gaan meten hoe tevreden de klant is met de kwaliteit van onze producten en diensten. Wij beperken ons niet tot de dienstverlening aan de publieksbalie (de belangrijkste “frontoffice”) maar betrekken ook de andere vakteams erbij. Daarnaast willen we de tevredenheid van de klant met de manier waarop en het kanaal waarlangs de producten en diensten worden geleverd systematisch meten. Tenslotte wordt er aandacht besteed aan de integratie van analyse en rapportage van alle deelonderzoeken.
Management van verwachtingen: be good and tell it Klanten die weten waar ze aan toe zijn, zijn tevredener met de geleverde dienstverlening. Door het publiceren van servicenormen gaat de organisatie de burger meer duidelijkheid geven over het niveau van dienstverlening dat hij mag verwachten. Uit het DIP van november 2003 is gebleken dat publicatie van servicenormen op een warm onthaal bij de inwoners van Delft kan rekenen.
Deelplan communicatie De communicatie rond servicenormen krijgt twee peilers: het betrekken van de eigen medewerkers (intern) en het informeren van klanten (extern). In de communicatie met de klanten zal Publiekszaken als eerste de servicenormen onder de aandacht brengen. De normen die het best aansluiten op wat de klanten aangeven belangrijk te vinden, worden in een brochure gepubliceerd. Een volledig overzicht van servicenormen komt beschikbaar via het internet. In de communicatie met de medewerkers wordt aandacht besteed aan wat er van hen wordt verwacht om de beloften aan de burger steeds opnieuw waar te kunnen blijven maken.



Interne oriëntatie borgt externe oriëntatie Het streven naar het verbeteren van de dienstverlening moet in de hele gemeentelijke organisatie deel gaan uitmaken van de bedrijfsvoering. Alleen door het proces overal goed in te bedden kan dienstverlening continu aandacht hebben. Voor het bepalen van de instrumenten die nodig zijn om de kwaliteit te verbeteren gebruikt de stichting Rekenschap in de rapportage ‘De kracht van kwetsbaarheid’ het volgende schema, dat ook voor de Delftse situatie bruikbaar is:
primair intern gerichtprimair extern gerichtanalyse- gericht 1. INK 2. klantenonderzoek output-
gericht

2. NEN-ISO
3.
kwaliteitshandvesten Het schema brengt in beeld dat het, om te komen tot verandering, allereerst nodig is dat de organisatie de zaken intern op orde heeft. Hiervoor is het INK-model een bruikbaar instrument. Het besteedt aandacht aan alle aspecten van de bedrijfsvoering via de Plan-Do- Check-Act cyclus maar ook aan houding en gedrag, nodig om de gestelde doelen te bereiken.
In tweede instantie zal de organisatie resultaten willen zekeren door óf te certificeren (NEN- ISO- 9000) óf door een klantenonderzoek te doen. Tot slot kan de organisatie de resultaten vastleggen in kwaliteitshandvesten, met beloften aan de klant, die daarop zijn verwachtingen kan baseren.
De gemeente Delft wil bij uitstek extern gericht zijn. De logische stappen die voor ons voortvloeien uit dit model zijn daarom, achtereenvolgens: INK klantenonderzoek kwaliteitshandvesten (verder servicenormen te noemen)

Estafetteloop Publiekszaken doorloopt dit traject nu. Het cluster voert het INK-model in;  heeft klantenonderzoeken laten doen; het serviceniveau van een groot aantal producten en diensten is bekend en de eerste servicenormen kunnen in 2004 worden gepubliceerd. Ook komt er steeds meer inzicht in de kosten van de verschillende producten en diensten.
Als de hele gemeentelijke organisatie dit traject wil doorlopen, wordt via het INK-model de afstemming en samenwerking geborgd en kunnen intern steeds meer  instrumenten worden ontwikkeld om te meten of normen worden gehaald. Hetzelfde geldt voor het naar een hoger niveau tillen van de rapportage daarover. Per cluster en sector moet afzonderlijk worden bepaald wanneer men de diverse fasen doorloopt en wie daarvoor verantwoordelijk zijn.
Servicenormen vaststellen voor alle producten en diensten Servicenormen leggen per product en dienst met klantcontact vast waar een klant op mag rekenen. Servicenormen verschaffen helderheid over wat wel, maar ook wat niet verwacht kan worden. Ze vormen daarnaast een leidraad voor de organisatie, die zich daarmee zelf de maat kan nemen Alleen beproefde servicenormen worden openbaar gemaakt: de organisatie weet dus zeker dat ze de beloftes kan waarmaken. Zo krijgt de klant niet alleen inzicht maar ook garanties. Door het hanteren van servicenormen kan de organisatie jaarlijks zichtbaar maken hoe de gemeentelijke overheid haar dienstverlening verricht, en hierover verantwoording afleggen in het burgerjaarverslag.
Deelplan servicenormen voor producten en diensten en estafetteloop Gestart wordt met het formuleren van servicenormen voor de producten en diensten van Publiekszaken. Dat gaat per sector en in fases. Daarbij wordt volgens een vaste systematiek gewerkt. Die begint met het per vakteam bepalen van de producten en diensten die van een servicenorm kunnen worden voorzien. Op basis van KTO’s en kwaliteitsaudits wordt bepaald welke daarvoor als eerste in aanmerking komen. Vervolgens wordt het huidige niveau van dienstverlening van dat product of die dienst gemeten. Daarna wordt daarvoor een norm vastgesteld. Bij het opstellen van zo’n norm gelden algemene randvoorwaarden. De wens van de klant is leidend, maar niet altijd (direct) haalbaar. Zo gelden er bij diverse producten en diensten wettelijk bepaalde afhandelingtermijnen. Deze zijn doorgaans niet door de gemeente aan te passen en gelden dus als uiterste grens. Zodra de norm stabiel wordt gehaald kan die worden gepubliceerd. Daarna moeten de resultaten steeds opnieuw worden gemeten (in ‘harde’ cijfers voor prestaties en in ‘zachte’ cijfers voor klanttevredenheid), zodat de organisatie verantwoording kan afleggen. Zodra de andere sectoren daar intern de voorwaarden hebben geschapen kunnen zij deze aanpak overnemen

4.3    Verbeteren van kanalen voor dienstverlening
Het contact tussen de klant en de gemeente vindt plaats via de al eerder genoemde ‘kanalen’: de balie, de telefoon, schriftelijk, per e-mail of internet. Langs elk van deze kanalen is de gemeente vaker of minder vaak bereikbaar en kan de klant informatie krijgen en aanvragen indienen voor producten en diensten.   
De kwaliteitseisen die aan deze contacten worden gesteld worden ook in servicenormen vastgelegd. Die kunnen gaan over de snelheid waarmee bijvoorbeeld brieven worden behandeld, emails worden beantwoord of de telefoon wordt opgenomen maar ook over de deskundigheid van de medewerkers en hun klantvriendelijheid.
Delft wil per kanaal heldere servicenormen vaststellen. Daarvoor moet allereerst het niveau van dienstverlening worden bepaald. We beschikken echter nog niet voor iedere kanaal over genoeg gegevens om exact te bepalen wat het huidige niveau van dienstverlening is. Daarnaast weten we niet goed genoeg wat de burger van ons verwacht op dit gebied.
Uit het meeste recente klantonderzoek blijkt dat de burger tevreden is over de dienstverlening aan de balie. Voor dat kanaal zijn op dit moment geen extra inspanningen nodig. Aan de verbetering van de digitale dienstverlening via het Internet wordt gewerkt via de deelprogramma’s van Burger@Delft.nl. De dienstverlening via telefoon, email en brief kan beter. Wat en waarom wordt hieronder toegelicht.
Telefoon Bij Publiekzaken komen maandelijks zo’n 30.000 telefoontjes binnen. De kwaliteit van de dienstverlening via de telefoon is afhankelijk van verschillende factoren. De burger moet bekend zijn met de telefoonnummers of die gemakkelijk op kunnen zoeken. De gemeente moet goed bereikbaar zijn en duidelijkheid geven over openingstijden. Als er wordt gebeld moet er tijdig en vriendelijk worden opgenomen door de juiste persoon of goed en snel worden doorverwezen. De beller moet deskundig en vriendelijk worden geholpen.
Omdat dat allemaal te bereiken moeten er maatregelen worden genomen op het gebied van de organisatie, de techniek en het gedrag van medewerkers. Als eerste is het echter nodig om vast te stellen hoe het op dit moment staat met de diverse aspecten van de kwaliteit van de dienstverlening per telefoon. Het is belangrijk dat harde cijfers beschikbaar komen over het huidige niveau van de telefonische bereikbaarheid. Het regelmatig meten van wachttijden en responsetijden is van belang om de telefonische bereikbaarheid te analyseren en te verbeteren. Tot nu beschikken alleen de servicedesk van ICT en het infopunt van de sector Stadsbeheer over de benodigde software om deze informatie te genereren.
Publiekszaken heeft vorig jaar voor de medewerkers een telefoonprotocol opgesteld, maar over de naleving ervan is nog niet voldoende bekend. Gemeentebreed zijn er geen afspraken. We weten nog te weinig wat de burger op dit gebied van ons verwacht.
Deelplan telefonie en estafetteloop Binnen Publiekszaken is een plan voor de verbetering van de telefonische bereikbaarheid en de dienstverlening via de telefoon gemaakt. Met de uitvoering daarvan is al begonnen. Het doel van het plan is om de organisatie rond de telefonische bereikbaarheid zo in te richten dat het serviceniveau kan worden vastgesteld en verbeterd. Het voorziet in een aantal stappen en maatregelen die bij gebleken doeltreffendheid stapsgewijze kunnen worden overgenomen door de rest van de organisatie. Dat zijn achtereenvolgens: - Inventariseren van de huidige organisatie rondom het telefoonverkeer - Uitvoeren van een nulmeting via een belscan om het huidige niveau van de   dienstverlening vast te stellen
- Onderzoek naar de verwachtingen van de klant
- Vaststellen servicenormen op basis van belscan en klantonderzoek en starten
  met invoeren
- Opzetten van een callcentre bij de sector Inwonerszaken. Dat geeft de sector
  de mogelijkheid om het aantal telefoonnummers voor burgers en bedrijven te
  beperken tot één algemeen nummer dat goed bereikbaar is. Er worden
  duidelijke afspraken gemaakt over de afhandeling van de binnenkomende
  telefoontjes.
- Installeren van een programma dat gegevens inzake afhandeling
  telefoonverkeer kan registeren.
- Monitoren gegevens afhandeling telefoonverkeer, herhalen belscan, zonodig
   verbeteringen aanbrengen.
- Stabiel gehaalde normen publiceren


E-mail Anders dan schriftelijke post, die op één plek in de organisatie binnenkomt, en van daaruit zo nodig wordt geregistreerd, verspreid en gearchiveerd, komen e-mailberichten (zowel formele als informele) overal de organisatie binnen. Het gaat dagelijks om zo’n 3000 berichten. De medewerker die het bericht ontvangt beoordeelt of het bericht moet worden doorgestuurd naar DIV om het te laten registreren en archiveren. Door deze werkwijze kan het voorkomen dat belangrijke mailberichten niet in dossiers terecht komen. Om daarin verbetering te brengen, komt er een gemeentebreed e- mail protocol, met een scherpe definitie van formele e- mail en regels over de afhandeling daarvan.
Naast formele mail worden overal in de gemeente ook informele e-mails (mails met vragen, meldingen en reacties) ontvangen. Voor nagenoeg de gehele gemeente ontbreken in de huidige situatie gegevens over het serviceniveau in de behandeling van deze mails. Alleen bij het infopunt Stadsbeheer worden binnengekomen e-mails met vragen en meldingen systematisch geregistreerd en is men ver gevorderd in het bewaken van de afhandeling er van.
npak (callcentre en callregistratie) kunnen ook worden gebruiktvoor het e- mailverkeer. Voor het vaststellen van de verwachtingen van de klant wordt gebruik gemaakt van klantonderzoek

Deelpan Email als onderdeel van het deelplan Telefonie Dit deelplan valt uiteen in drie stappen die ieder voor zich in de gehele gemeentelijke organisatie kunnen worden doorgevoerd. Vooralsnog zijn ze eerst uitgewerkt voor Publiekszaken. De eerste stap hierin is het naar één plek leiden van het e- mail verkeer. De klant wordt gestimuleerd om via de website te reageren in plaats van e-mail naar willekeurige adressen van de gemeente te versturen. De e-mail die via reactieformulieren wordt ontvangen wordt direct naar het betreffende vakteam doorgeleid. Onduidelijke formulieren worden afgehandeld door het callcenter  De tweede stap is het invoeren van een registratiesysteem. Reactieformulieren (e-mail) die binnenkomen bij het callcenter en waaruit opdrachten voor de backoffice komen, worden geregistreerd in een systeem. De backofficemedewerker houdt bij wat de status van de afhandeling is. Afhandeling door de back-office kan plaatsvinden via het callcenter. Wanneer deze werkwijze is ingevoerd, kan het e-mail serviceniveau worden gemeten waarna  een servicenorm kan worden vastgesteld. De derde stap is de bewaking van de afhandeling van de e- mail in de backoffice. De bewaking kan worden vormgegeven vanuit de callregistratie. Van daaruit worden rappellijsten gestuurd aan de betrokken vakteamhoofden. Zij bewaken de uitvoering en stellen waar mogelijk en nodig normen bij.


Brieven Het afhandelen van poststukken is voor de gemeente geen eenvoudige taak. Het is een complex en omvangrijk proces waar ieder onderdeel van de organisatie mee te maken krijgt. In 2003 werden in het postregistratiesysteem zo’n 44.000 documenten geregistreerd. Dit is nog exclusief de post van decentrale registratiesystemen, zoals de cliëntenpost van WIZ en Belastingen. Vaak ervaart de burger de overheid als traag en soms raken brieven zelfs zoek. In haar onlangs verschenen rapport over 2002 beveelt de gemeentelijke ombudscommissie aan dat de registratiesystematiek van afhandeling van brieven (en e-mails) te verbeteren. Daarnaast zijn er geluiden vanuit de raad dat brieven onbeantwoord blijven
Deze trend is overigens  ook landelijk waar te nemen. De Nationale Ombudsman heeft onlangs weer aangegeven dat schriftelijke dienstverlening (afhandeling) verbetering behoeft. Dit zit hem overigens niet alleen in de tijdige afhandeling maar vaak ook in de onwetendheid bij de burger over de stand van zaken van de afhandeling van zijn aanvraag of verzoek.
Voor het beheer van documenten is in Delft recent een nieuw documentair informatiesysteem (DIS) ingevoerd. Dit DIS wordt primair ingezet om ervoor te zorgen dat er een adequaat documentbeheer is en zodat wordt voldaan aan wettelijke regels op dit gebied. Het systeem kan daarnaast de voortgang van afhandeling van brieven volgen. Sommige vakteams maken daarvan al gebruik.
Niet alle binnenkomende post wordt echter in het DIS geregistreerd. Een aantal vakteams heeft een eigen geautomatiseerd primair systeem om documenten vast te leggen. De voortgang van de afhandeling van brieven behoort ook met behulp van die primaire systemen te worden bewaakt. Het DIS kan het documentbeheer voor deze systemen en werkprocessen door verzorgen.

De gegevens die momenteel in het DIS worden vastgelegd kunnen slechts op hoofdlijnen informatie geven. Alle documenten krijgen een behandeltermijn van 6 weken toegewezen, ongeacht het proces waartoe ze behoren. Het is nog niet goed mogelijk om informatie te leveren over bijvoorbeeld aantallen verleende producten en diensten of werkelijke afhandelingstermijnen.
Het belangrijkste verbeterpunt waarop actie moet worden ondernomen is het systematisch bewaken van de voortgang van de afhandeling van alle brieven en het verzamelen van gegevens daarover zodat het niveau van dienstverlening kan worden vastgesteld en waar nodig verbeterd. Via het DIS voor vakteams die voor de registratie van hun brieven daarvan gebruik maken en voor de andere vakteams via hun eigen primaire systemen.

Deelplan brieven Voor het verbeteren van de afhandeling van brieven wordt aangesloten bij fase twee en drie van het project DIS en de reguliere bedrijfsvoering.
Fase twee van het DIS voorziet erin dat medio 2005 elk vakteam een aansluiting op het DIS heeft. Het heeft daarmee een instrument gekregen om zelf te voorzien in de voortgangsregistratie van poststukken en kan daarmee ook eenvoudig het niveau van dienstverlening meten. Ieder vakteam dat over een eigen geautomatiseerd primair systeem beschikt, moet daarvoor gebruik maken van de mogelijkheden die dat systeem biedt.
Van alle vakteams wordt gevraagd dat ze hetzij via DIS hetzij via hun eigen systeem managementinformatie generen inzake zowel afhandelingtermijnen als aantallen per product of dienst schriftelijk binnengekomen aanvragen. Dit wordt ingepast in het nog te ontwikkelen deelplan informatiemodel Dienstverlening. Het is vervolgens aan de vakteamhoofden om servicenormen vast te stellen.
In 2005 kan worden gestart met het inrichten van het DIS voor de afhandeling van klachten. Dit is een proces dat gemeentebreed is en waarmee de administratie voor het burgerjaarverslag kan worden geüniformeerd en vereenvoudigd. Er wordt dan ook een begin gemaakt met het bouwen van een digitaal dossier.
Fase drie van het DIS voorziet in een aantal pilots voor het opzetten van een koppeling tussen DIS en een primair systeem. Een van de mogelijke toekomstige toepassingsmogelijkheden is het optimaliseren van het proces van het afhandelen van bezwaarschriften. Het DIS zou hier ingezet kunnen worden ter administratieve ondersteuning van het werkproces.
Emmen
Het besturinsmodel voor de dienstverlening voorziet wel in sturing op kwaliteit, maar er zijn (door het bestuur) nog geen kwaliteitseisen geformuleerd. De eisen moeten in ieder geval SMART zijn geformuleerd.

graphic
Ede
 
Den Haag
Kengetallen (meetbaar maken van de prestaties)
Prestatie-Indicatoren. Afmeten aan politiek-bestuurlijke doelstellingen.
Save Harbor