|
Ja
GCC (telefonie)
Stadsdeelkantoor (fysieke
balie)
Website
4. De totstandkoming
van een Haagse architectuur
Het is heel lang gemeengoed
geweest dat overheids- (maar ook commerciële) organisaties hun diensten aanbod- gericht
verleenden. De interne organisatie van de gemeente was hierbij leidend; het aanbod volgt de kanalen
van die organisatie. En
zo kon het gebeuren dat in de stad tientallen loketten ontstonden van waaruit verkokerde en gefragmenteerde
diensten
werden verleend.
Verkokering volgt echter
niet de logica van de burger. Die verlangt van de overheid samenhang in de dienstverlening. Deze
gaat er van uit dat diensten of producten, zeker die welke logisch bij elkaar horen, vanuit één loket
en geïntegreerd worden
aangeboden en geleverd. Denk bijvoorbeeld aan het verlenen van een vergunning voor een invalidenparkeerplaats,
waarbij
meerdere gemeentelijke diensten zijn betrokken. Den Haag heeft de ambitie uitgesproken om haar dienstverlening
klantgericht te organiseren. En zeker de elektronische variant ervan (via het web) moet op de leest
van de één-loket
benadering zijn geschoeid. Om deze ambitie te kunnen waarmaken is het onontkoombaar dat het dienstverleningsproces
opnieuw georganiseerd wordt. Je moet een werkwijze - in Den Haag noemen we dat een architectuur - bedenken
die de
gewenste samenhang waarmaakt. Die Haagse architectuur is in de loop der jaren met vallen en opstaan
gegroeid. Zij is
gebaseerd op het beginsel van de kleinste eenheden. Dit wil zeggen dat de architectuur geen star geheel
is, doch is
gebaseerd op bouwstenen, Lego-blokjes. Heel belangrijk is dat die bouwstenen op elkaar passen; het afspreken
van
standaards is daarvoor een voorwaarde. Deze bouwstenen ondersteunen de gedachte dat er sprake is van
een
dienstverleningsketen. Het Haagse programma waarbinnen de Haagse aanpak wordt gerealiseerd heet Het
Glazen Stadhuis.
4.1 De basis: de vraag
stuurt het aanbod
Om de door de burger gewenste
dienstverlening helder te krijgen is in de Haagse aanpak eerst vastgesteld in welke rollen de
burger in contact treedt met de gemeente en wat hij in elk van die rollen van de gemeente verwacht.
Het gemeentelijke
aanbod moet daar immers op worden afgestemd. Het belang van deze aanpak is dat je hiermee de burger
in staat stelt de
gemeente in haar totaliteit, als eenheid, te beschouwen. Aspecten als interne verkokering worden daarmee
geëlimineerd.
Den Haag heeft in dit proces gebruik gemaakt van het vraag-aanbod-model van Henk Bos (Informatiehuis
BV). Dit model
onderscheidt 5 burgerrollen, waarop de gemeente antwoordt met een overeenkomstig aanbod.
4.2 Rollen in vraag en
aanbod
4.2.1 Bezoeker / Balie-informatie
De eerste rol is die van
een bezoeker die iets wil en zich bij de gemeente oriënteert om te bekijken of deze hem behulpzaam
kan zijn. Hij kan deze informatie aan een fysiek loket proberen te krijgen, maar hij kan er ook voor
kiezen deze informatie aan
een virtuele balie (de Haagse website) te halen. Het aanbod van de gemeente richt zich dus op informatieontsluiting:
bijvoorbeeld in de vorm van een productencatalogus of op nieuws-informatie. Het sleutelwoord hierbij
is toegankelijkheid.
4.2.2 Beïnvloeder / Beleidsinformatie
Wanneer de bezoeker heeft
vastgesteld dat de gemeente inderdaad het door hem gewenste product kan leveren, zal hij
willen weten onder welke voorwaarden dat kan. Welke regels zijn van toepassing en komt hij überhaupt
wel in aanmerking?
Dit is het moment waarop de gemeente met aanvullende informatie op de proppen moet komen: de wet- en
regelgeving en
beleidsregels. Er moet anders gezegd in deze fase een confrontatie plaatsvinden tussen de persoonlijke
omstandigheden van
de burger en de toepasselijke regelgeving. De uitkomst van dat proces geeft antwoord op de vraag van
de burger omtrent het
wel/niet in aanmerking komen. Beslissing-ondersteunende systemen (beslisbomen) helpen de burger hierbij;
dit is een
kwaliteitsaspect van de dienstverlening.
Het kan zijn dat de burger
het niet eens is met het gemeentelijke beleid. Of misschien wil de gemeente zelf wel dat beleid
aanpassen. In die gevallen kan de burger ervoor kiezen te participeren in een beleidsvormingstraject.
De gemeente facilieert
dit soms in de vorm van discussiepanels, interactieve beleidsvormingsprocessen, enz.
Wanneer beleidsbeïnvloeding
aan de orde is gaat beleidsinformatie vooraf aan balie-informatie. Deze tweedeling zou het
model echter onnodig complex maken. Bedenk immers dat de waarde van het model vooral zit in het logisch
ordenen van
soorten informatie. Het is een middel om de aanpak beheersbaar te houden.
4.2.3 Betaler / Bedrijfsvoeringsinformatie
De volgende gedaante die
de burger kan innemen is die van klant, hier Betaler genoemd. Vastgesteld is dan inmiddels dat de
gemeente het gewenste product inderdaad aan hem kan leveren. De klant besluit nu tot het aangaan van
een transactie. De
gemeente facilieert dit in zijn aanbod. In zijn algemeenheid start het proces met het invullen van een
transactieformulier. Daar
moet de klant zijn persoonlijke gegevens op invullen. Soms heeft de gemeente die al in zijn bezit en
is het handig als die
alvast in het formulier zijn voorbedrukt. Sterker nog: de klant mag van de gemeente verlangen dat niet
opnieuw om die
gegevens wordt gevraagd. Belangrijk is ook dat de identiteit van de klant wordt vastgesteld. Verder
is het niet uitgesloten dat
de klant voor het gewenste product moet betalen. Ook dat moet mogelijk zijn via de web-transactie. En
wanneer de levering
noodzakelijkerwijs langere tijd in beslag neemt zal de klant de voortgang willen volgen; dit alles kan
het beeld van
betrouwbaarheid voor de klant verhogen.
4.2.4 Bewaker / Bestandsinformatie
Zoals gezegd wordt bij
het verwerken van transacties gebruik gemaakt van in de gemeentelijke administraties aanwezige
gegevens. De klant heeft er belang bij dat die gegevens correct zijn en dat hij die niet onnodig behoeft
aan te leveren.
Eenmalige verstrekking zou voldoende moeten zijn. De gemeente moet de klant ook de mogelijkheid bieden
zijn eigen
gegevens te controleren. Verder moet thematische ontsluiting van gegevens mogelijk zijn. Om dit allemaal
te kunnen
waarmaken moet de gemeente haar gegevens ordenen volgens het principe van de enkelvoudige opslag, meervoudig
gebruik.
Een stelsel van kernregistraties en een daarbij behorende centrale beheersorganisatie vormen hiervoor
de oplossing.
4.2.5 Browser / Beheer-
en beveiligings-informatie
Tenslotte verlangt de klant
dat de gemeente zorgvuldig en op een veilige manier met zijn gegevens omgaat. Ook moet hij
altijd via het net met de gemeente kunnen communiceren. Het antwoord van de gemeente moet zijn dat zij
op een
procesoverstijgend niveau het beheer van haar ICT-middelen heeft georganiseerd. Kwaliteit wordt bevorderd
door het maken
van afspraken via zogenaamde dienstverleningsovereenkomsten. Voor de gemeentelijke medewerkers geldt
bovendien dat de
eigen webplekken aan standaards moeten voldoen.
Uit het vorenstaande blijkt
dus dat in het transactieproces de klant/burger een aantal keren van rol verandert. Er is dan ook
geen sprake van een standaard vraagpatroon van de burger. De gemeente moet haar informatie-huishouding
dusdanig
inrichten dat zij adequaat kan inspelen op die wisselende rollen.
4.3 Het gemeentelijke aanbod
logisch geordend: een proeve van een architectuur
Nadat was vastgesteld welke
functies er allemaal in een elektronische transactieproces aan de orde konden zijn, is
geprobeerd deze te ordenen in een logisch plaatje, een functionele architectuur. Zie hieronder. In de
linkerkolom zijn de
vraagpatronen benoemd, aan de rechterkant de aanbod-rollen van de gemeente. In het midden zijn volgtijdelijk
de
belangrijkste bouwstenen beschreven die nodig zijn om in het transactieproces de aanbodkant te kunnen
ondersteunen. Ook
de relaties tussen de componenten zijn getekend.
Om dit model in de praktijk
te verwezenlijken zijn vanuit de concerndirectie Bestuursdienst/POI de gemeentelijke diensten
uitgenodigd desbetreffende projecten in te dienen. Daarbij moet het mes aan twee kanten snijden: behalve
dat meegewerkt
wordt aan de realisering van de concern-architectuur, mag het betreffende project ook bijdragen aan
de verbetering van de
eigen bedrijfsvoering. In de praktijk betekent dit dat in de projecten veelal
een of meerdere (op de burger gerichte) producten zijn ingebouwd. Bijvoorbeeld werd de ontwikkeling
van een kernregistratie voor natuurlijke personen tegelijkertijd gekoppeld aan de vernieuwing van het
GBA systeem. Het
realiseren van een formulierenserver is beproefd aan de hand van het product parkeervergunningen, enz.
De door de diensten gehonoreerde projecten zijn financieel ondersteund met concern-middelen voor het
programma
Het Glazen Stadhuis. Vanaf 2001 wordt de Haagse aanpak mede bekostigd met een rijksbijdrage van het
ministerie van BZK in het kader van het programma Superpilots BZK.
Naarmate meer projecten
worden opgeleverd is het steeds belangrijker geworden te sturen op de aansluiting op elkaar van de individuele
componenten. Daartoe is een apart project Koppelvlakken gestart.
4.4 Gegevens en beveiligingsniveau
Gaandeweg de rit is het
ook noodzakelijk gebleken meer op detailniveau vast te leggen hoe de onderlinge gegevensstromen in zijn
werk gaan en welke niveau’s van beveiliging nodig zijn. Want duidelijk is wel: hoe verder
de klant wordt toegelaten tot in de gemeentelijke administraties des te belangrijker wordt het aspect
beveiliging. Daarnaast is het absoluut een voorwaarde dat er een strikte scheiding werd gemaakt tussen
systemen en
gegevens die binnen de gemeentelijke diensten werden gebruikt voor de eigen bedrijfsvoering en tussen
die welke voor het elektronische dienstverleningsproces nodig waren. Dit leidt tot het volgende model.
De verticale rode lijnen
markeren de domeinen. De volgende domeinen zijn gedefinieerd:
•de omgeving van
de gemeentelijke diensten (dienstgebonden Intranet). Hierbinnen functioneren de dienstspecifieke processystemen.
Er is in principe geen verbinding tussen deze laag en de Internetlaag. Diensten
kunnen er wel zelf toe besluiten om de poort even open te zetten voor het up- of downloaden van gegevens.
Dit voor zover actualisering dit nodig maakt. Het gaat dan vooral voor het actualiseren van de kernregistraties
met
gegevens uit de processystemen (b.v. GBA);
•het binnen-gemeentelijke
Intranet. Binnen dit domein kunnen de Haagse ambtenaren toegang krijgen tot daarbinnen ontsloten applicaties
en gegevensverzamelingen;
•de publiek toegankelijke
Internet-omgeving. Binnen deze omgeving hebben burgers toegang tot de presentatie- (website) en applikatieservers
(Raadsinformatiesysteem, productencatalogus, formulierenserver, alsmede tot
de Centrale Digitale Sleutel (het identificatie- en authenticatiestelsel);
•de verticale liftschacht
rechts symboliseert de Xtranet-omgeving die open staat voor daartoe (met de CDS) bevoegde klanten. Zij
krijgen via dit kanaal toegang tot de kernregistraties en tot de Klantengegevensbank
(BGG). De BGG is een database waarin transactiegegevens met individuele burgers zijn vastgelegd. Een
klant kan alleen zijn eigen gegevens raadplegen.
Naast domeinen zijn er
(horizontale) lagen die het beveiligingsniveau weergeven. Naarmate je dieper in de organisatie binnentreedt
neemt het aantal beveiligingslagen toe. Van buiten naar binnen onderscheiden we:
•de gebruikerslaag.
Dit is de laag waarbinnen eindgebruikers toegang hebben tot gemeentelijke systemen;
•de presentatielaag.
Dit is de laag waarbinnen de webservers ontsloten worden. Voor de burger is dat de Haagse website, voor
de Haagse ambtenaren ook de dienstgebonden en concern Intranetservers;
•de applicatielaag,
waarbinnen toepassingen toegankelijk worden gemaakt;
•de gegevenslaag.
De laag waarbinnen de dienstgebonden, de gemeenschappelijke en de voor de klant toegankelijke gegevens
zijn opgeslagen.
De rode lijnen zelf geven
de beveiligingslagen (zogenaamde proxies) weer. De blauwe lijnen illustreren in hoeverre rechtstreekse
gegevensuitwisseling mogelijk is.
Het blauw gemarkeerde gedeelte
in de tekening presenteert de wijze van en niveau waarop het beheer plaatsvindt.
4.5 Het tijdpad waarbinnen
de Haagse architectuur moet zijn gerealiseerd
Het programma Het Glazen
Stadhuis is in het jaar 2000 van start gegaan. Het loopt in 2004 af, evenals de rijksbekostiging. De
architectuur moet dan zo veel mogelijk gerealiseerd zijn.
Met alleen het opbouwen
van een technische omgeving heb je nog geen elektronische dienstverlening. Daarvoor is meer nodig: de
organisatie moet er klaar voor zijn, de wil (cultuur) aanwezig en de gemeentelijke
medewerkers erop voorbereid. Eerst dan kunnen dienstverleningsproducten daadwerkelijk in deze omgeving
worden aangeboden. Hiervoor lopen afzonderlijke projecten, die ook na 2004 doorlopen en optrekken met
het
programma Klantgerichtheid (Majesteit). Met dit programma streeft Den Haag ernaar in 2007 de meest klantgerichte
stad van Nederland te zijn. Het project de Haagse Informatieschool zorgt voor het opleiden van de
medewerkers.
4.6 Integratie met particuliere
elektronische dienstverlening
De boven beschreven architectuur
heeft betrekking op alleen de gemeentelijke dienstverlening. Er zijn in de stad echter nog veel meer
partijen met wie de burger transacties aangaat: andere overheden, bedrijven,
verenigingen, stichtingen en individuele burgers. Soms hangt particuliere dienstverlening nauw samen
met gemeentelijke dienstverlening. Dit is bijvoorbeeld aan de orde bij huwelijken. De gemeente is dan
slechts één van
de partijen om een huwelijksdag tot een succes te maken. Onze gemeente wil ook aan die integrale dienstverlening
een flinke push geven. Daarvoor zijn en worden op het Residentie.net portalen opgericht waarbinnen die
dienstverlening gebundeld is. Portalen in oprichting of inmiddels gereed zijn het Sportportaal, Brandveiligheidsportaal,
Onderwijsportaal, Ondernemersportaal, Politiek portaal en het Huwelijksportaal.
5. De projecten: de bouwstenen
in de keten
In het hoofdstuk over de
totstandkoming van de Haagse architectuur is aangegeven dat deze zijn grond vindt in de rollen die de
burger speelt tijdens het transactieproces. Volgtijdelijk zijn die rollen, vraagpatronen:
(vraag:) Bezoeker
- Beïnvloeder - Betaler - Bewaker - Browser.
(aanbod:) Balie
- Beleid - Bedrijfsvoering - Bestand - Beheer/Beveiliging.
Nu de rolpatronen bekend
zijn kunnen we daarmee vaststellen welke componenten, bouwstenen, nodig zijn om de informatiebehoeften
in die rollen te kunnen bevredigen. We doen dit door nogmaals het globale
transactieproces af te lopen weer vanuit het perspectief van de vragende burger. Vooraf moet worden
opgemerkt dat die bouwstenen moeten worden opgevat als gemeentebreed in te zetten standaards. Standaardisatie
vormt de ruggengraat van de Haagse aanpak.
|