3. Visie/Missie
Onderwerp: Visie en Missie.

Inleiding
De eerste 10 schakels hebben betrekking op de visie die nodig is om een gemeente optimaal gebruik te laten maken van ICT. Het fundament voor de antwoorden op de vragen die behoren bij elk van de schakels wordt gevormd door de visie en de missie die de gemeente heeft. Het is van belang om te beginnen met het opstellen van deze visie en missie omdat ze leidend zijn voor de implementatie van de 100 schakels.

Onder Visie verstaan we hoe de gemeente de toekomst ziet, welke ontwikkelingen daarin invloed kunnen gaan hebben op de gemeente. Zowel economische, sociale, technologische, internationale, regionale, politieke als trends op het gebied van milieu en veiligheid. Bij het beschrijven van die visie is het van belang om aan te geven wat de gevolgen van die ontwikkelingen kunnen zijn voor de gemeente en wat de gemeente in die geschetste toekomst wil gaan bereiken. Deze toekomstschets noemen wij de visie, hetgeen de gemeente indie toekomst wil bereiken noemen we de missie (zie ook de begrippenlijst in bijlage A.). Zo wil de gemeente Den Haag in 2007 de meest klantgerichte gemeente van Nederland zijn. Dit is een duidelijke maar ook meetbare missie. Des te meetbaarder een missie is des te beter er (bij)gestuurd kan worden op weg naar de realisatie van de missie.

De gekozen werkwijze om te komen tot resultaten is om iedere keer het onderwerp in te leiden door een of meerdere vragen die u uzelf kan stellen. In dit deel zijn de volgende vragen van belang:

Vragen
VRAAG V1: Waarom wilt U iets met ICT doen?
VRAAG V2: Waarom wilt u ICT inzetten? Ziet u de burger en ondernemer als klant of wilt u ze zo effecïent mogelijk voorzien van bestaande producten en diensten? Is uw invalshoek; om bestaande processen te optimaliseren of om 'de vraag naar' en 'het aanbod van' informatie goed op elkaar te laten aansluiten.


Noot:
Burger, Bestuur  en Bureaucratie. Omdat het om onze overheid gaat hebben we het over een politieke context en dus de machtsverhoudingen in de samenleving. Formeel is de burger 'de baas', is het bestuur zijn/haar vertegenwoordiger en voert 'de bureaucratie' uit. In de praktijk liggen de machtsverhoudingen vaak omgekeerd. ICT kan in die verhoudingen een belangrijke rol spelen. Die van het regelen van het evenwicht. Bij informatisering (inhoud) en digitalisering (techniek) van democratie en dienstverlening gaat het erom een evenwicht te vinden tusen de vraag naar en het aanbod van informatie. Dat evenwicht komt tot stand in een samenspel van de burger, het bestuur en de bureaucratie.

VRAAG V3: Wat zijn uw belangrijkste beweegredenen?


Noot
Uiteindelijk natuurlijk het belang van de bevolking c.q. de individuele burger. Maar de toegevoegde waarde van ICT zal vaak tot stand komen via het bestuur en de bureaucratie. Het gaat er dus om dat je in een visie duidelijk maakt wat er moet, maar ook wat er kan: wat je mag verwachten van ICT. De cruciale succesvoorwaarde is hier dat opdrachtgevers en opdrachtnemers elkaar verstaan, dat vraag en aanbod helder zijn. Burgers, bestuurders en ambtenaren/ICT'ers moeten weten wat er van ze verwacht wordt en waar ze recht op hebben. Omdat het om de overheid gaat hebben we het over een politieke context en dus over machtsverhoudingen in de samenleving. Formeel is de burger 'de baas', is het bestuur zijn/haar vertegenwoordiger en voert de bureaucratie uit. In de praktijk liggen de machtsverhoudingen vaak omgekeerd. ICT kan in die verhoudingen een belangrijke rol spelen. Die van het regelen van het evenwicht. Bij informatisering (inhoud) en digitalisering (techniek) van democratie en dienstverlening gaat het erom een evenwicht te vinden tusen de vraag naar en het aanbod van informatie. Dat evenwicht komt tot stand in een samenspel van de burger, het bestuur en de bureaucratie.

Antwoorden:
Delft
V1
Kern van de visie van Delft is dat de burger beter wordt van de uitvoering van het KIS- programma (het ICT- programma van Delft). En dat aandacht voor digitale dienstverlening betekent aandacht voor de hele informatieketen van KIS: van balie, beleid, bedrijf, bestand en beheer. Niet alleen snel scoren via een digitaal product, maar de dienst inpassen in een keten van standaards. Daar gaat het om. Dat betekent investeren niet alleen aan de ‘buiten’-kant, maar ook in de back office.

V2 Die investeringen zijn nodig om een aantal redenen. Het is efficiënter en klantgerichter. Het zal de druk op de publieksbalie verminderen. Er is sprake van betere dienstverlening (een burger kan meer vanuit huis regelen; hij krijgt meer informatie beschikbaar op het gewenste moment) en kwaliteitsverbetering (door verbeterde combinaties van gegevens binnen de gemeente). Maar de markt vraagt er ook om en verwacht het steeds meer van de gemeente. En het Rijk legt het steeds meer op. Bovendien speelt voor Delft dat het uitstekend past in de ambities en eigen voorbeeldfunctie van Delft Kennisstad (het binnen de eigen organisatie uitstralen van de kennisstad).
V3 De belangrijkste beweegredenen van de uitvoering van het programma KIS is het verbeteren van de toegankelijkheid, de doeltreffendheid, de betrouwbaarheid, de controleerbaarheid en de doelmatigheid (brugerwaarden) van de gemeente. Meetbare doelstellingen zijn hiervan een belangrijk onderdeel. Zie voor een verduidelijking van de begrippen burgerwaarden, de nota’s Burger@delft.nl en Meerjarenplan dienstverlening.
Ede
De gemeente Ede heeft last van een beperkte politieke sturing door het college van B&W. Hierdoor komt er te weinig focus te liggen op de investeringen in het digitale loket. Wat wil je als gemeente bereiken met het digitale loket. Bovendien kan de samenhang en de integratie tussen de verschillende communicatiekanalen onvoldoende tot ontwikkeling worden gebracht. De noodzakelijke organisatorische ontwikkeling tot een dienstverlenende organisatie kan alleen door een politieke impuls tot stand komen, anders zal de dienstverlening binnen verkokerde vormen van samenwerking georganiseerd blijven worden.


Vaststellen projectkaders
In de eerste stap is het de bedoeling te komen tot een afbakening van het project. De vraag is wat we wel en niet in het project mee willen nemen.
De activiteiten binnen stap 3.1. zijn:
  • Inventarisatie wettelijke kaders
Op basis van een documentenstudie wordt duidelijk wat de wettelijke verplichtingen zijn voor de gemeente ten aanzien van documentering en archivering in de digitale samenleving.
  • Inventarisatie huidige praktijk
Op basis van documentenstudie en enkele oriënterende interviews wordt duidelijk hoe de bestaande situatie eruit ziet met betrekking tot de organisatie van het informatiebeheer. De huidige verdeling van verantwoordelijkheden wordt geëxpliciteerd, evenals de actuele processen en procedures in de documentatie- en archiveringspraktijk. Tevens wordt helderheid verkregen over alle beschikbare applicaties die hiervoor worden ingezet.
  • Probleemoriëntatie in de organisatie
Uit gesprekken met managers wordt duidelijk welke problemen er gesignaleerd worden bij het (middle)management met betrekking tot documentering en archivering en welke rolverdeling er in de praktijk gehanteerd wordt.
  • Opstellen model Informatiehuishouding
Het resultaat van deze activiteit is een uitgewerkt model voor de informatiehuishouding dat aansluit bij de voorgestelde afbakening van dit begrip binnen dit project.
  • Vaststellen projectkader
In een workshop met de taskforce en een aantal managers zal op basis van de vier deelresultaten van stap 3.1 vastgesteld worden welke afbakening binnen het project gehanteerd dient te worden. Tijdens deze workshop wordt de koers voor het project verder uitgezet.


Stap 3.2.        Opstellen probleemanalyse
Het resultaat van deze stap is een breed gedragen probleemstelling die onderbouwd is met argumenten en cijfers. De basis voor de probleemanalyse vormt het advies “Een opgeruimd huis”. Op alle onderdelen wordt de probleemanalyse verder uitgewerkt en/of onderbouwd. Van belang is dat in elke stap de lessen uit het verleden betrokken worden.
Binnen stap 3.2. wordt een schriftelijke vragenlijst opgesteld. Deze wordt verstuurd naar alle proceseigenaren/ managers met het verzoek deze in te vullen. Bij het opstellen van de vragenlijst zullen de resultaten uit Stap 3.1 mede worden betrokken. De onderwerpen van de vragenlijst zullen in ieder geval de probleemgebieden zijn die werden gesignaleerd in het advies “Een opgeruimd huis”:
1. Onvolledige opslag van informatie 2. Uiteenlopende wijze van opslag en archivering binnen de organisatie 3. Alternatieve informatiedragers kunnen moeizaam of niet worden opgeslagen 4. Methode voor selectie en vernietiging ontbreekt 5. Werkprocessen nauwelijks volgbaar 6. Ontsluiting van informatie beperkt mogelijk
7. Verantwoordelijkheden onduidelijk
  • Toezichthoudende taak ontbreekt
  • Coördinatie en integratie

De resultaten van de vragenlijst worden gepresenteerd in een probleemstellende rapportage. Aanvullend kunnen ter verdieping eventueel enkele individuele interviews worden uitgevoerd.

Stap 3.3.        Formuleren van een doelstellingskader
Het resultaat van deze stap is een doelstellingskader met meetbare beleidsdoelen die breed gedragen worden door het management (CDO). Het doelstellingskader betreft de volle breedte van het informatiebeleid van de gemeente en volgt uit de vastgestelde probleemdefinitie.
  • Opstellen concept doelstellingskader
Ter voorbereiding op een workshop met het CDO wordt een concept doelstellingskader opgesteld.
  • Organisatie workshop met taskforce
De sleutelactiviteit binnen stap 3.3. is een workshop met het CDO waarin een doelstellingskader wordt vastgesteld voor het informatiebeleid van de gemeente Ede. Het doel van deze workshop is het creëren en consolideren van draagvlak bij het management. Het resultaat van de workshop is tweeledig:
  • overeenstemming over het doelstellingskader
  • inventarisatie van alle randvoorwaarden
Aan de workshop nemen minimaal het CDO en de taskforce deel.
  • Afronding stap 3: opstellen beslisdocument voor het CDO en plan van aanpak
Op basis van de resultaten van de workshop wordt het model informatiehuishouding aangepast en een beslisdocument opgesteld met daarin het vastgestelde doelstellingskader en een verder uitgewerkt plan van aanpak voor stap 4: Ontwikkeling Oplossing.
    • De relatie met de burger in de informatiesamenleving

Dit is een voorstel voor een innovatieprogramma gericht op de verdere ontwikkeling van de gemeentelijke website. Het voorstel komt voort uit een analyse van veranderingen in de externe relatie tussen openbaar bestuur en samenleving. Om dienstbaar te kunnen zijn aan burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties heeft de gemeente zich in het verleden hoofdzakelijk bediend van drie verschillende communicatiekanalen of media: (1) post, (2) telefonie en (3) fysieke balie.
De afgelopen jaren is duidelijk geworden dat internet als communicatiemedium in de moderne samenleving tot wasdom is gekomen en een eigen krachtige positie heeft verworven in de samenleving. Ook het openbaar bestuur zal dit nieuwe communicatiemedium moeten ontwikkelen om haar relatie met de samenleving te kunnen onderhouden. Internet als communicatiemedium biedt als zelfstandig communicatiemedium een eigen toegevoegde waarde ten opzichte van de drie traditionele communicatiemedia.
    • Investeringen in het internetkanaal

Het college van B&W onderscheidt drie perspectieven van waaruit investeringen in de ontwikkeling van de Edese website noodzakelijk en onvermijdelijk zijn: Ten eerste omdat de burgers in de samenleving hierom vragen en een nieuwe kwaliteit van dienstverlening verlangen. Ten tweede omdat het rijk de gemeenten vanuit (nieuwe) regelgeving hiertoe dwingt. En ten derde omdat de ontwikkeling van digitale loketten een belangrijke bijdrage kan leveren aan noodzakelijke verbetering van de bedrijfsvoering.
Ofschoon de gemeentelijke organisatie op dit moment vooral schriftelijk en telefonische communiceert met de burger, zijn investeringen in het communicatiemedium internet beslist noodzakelijk om uiteenlopende redenen:
Internet kampt met een selectieve achterstand ten opzichte van de overige kanalen. Ondanks de inspanningen van de afgelopen 2 jaar is dit medium nog niet een medium voor interactie met de samenleving. Op dit moment is de website voornamelijk een nieuw communicatiemedium voor de voorlichtingstaak van de gemeente. Als communicatiemedium functioneert de huidige website uitstekend, maar gezien de ambitie om via dit medium interactie en dienstverlening op te zetten willen we een vervolgstap zetten in deze ontwikkeling. Internet heeft vanwege haar specifieke eigenschappen de potentie om uit te groeien tot een van de meest efficiënte communicatiemedia voor de gemeente vanuit de bedrijfsvoering bezien. Het internetloket is immers een volledig geautomatiseerd digitaal loket. Op basis van de digitalisering van de informatiestroom kan beslist een kwaliteitsslag gemaakt worden in de dienstverlening. Daarnaast kan de bedrijfsvoering verder worden verbeterd door activiteiten verder te automatiseren. Tenslotte leidt de ontwikkeling van het digitale loket  tot technologische en organisatorische oplossingen die eveneens voor de verbetering van de bedrijfsvoering van de alternatieve communicatiemedia ingezet kunnen worden. De ontwikkeling van het digitale loket leidt immers tot een verdere digitalisering van de werkprocessen. Om diensten via het internet te kunnen leveren zullen nieuwe tools ontwikkeld moeten worden voor de ambtenaren en zullen de werkprocessen afgestemd moeten worden op de vereiste dienstverlening via het internet. Dit zal een belangrijke spin-off kunnen opleveren voor de digitalisering van alle werkprocessen, die nu nog gekoppeld zijn aan de traditionele loketten.
    • Een innovatieprogramma www.ede.nl

Internet heeft invloed op nagenoeg elk beleidsterrein van de gemeentelijke organisatie. Daarom bestaat er voor elk onderdeel van de gemeentelijke organisatie de uitdaging om nieuwe functionaliteiten te ontwikkelen voor de Edese website. Vanuit de ontwikkeling van nieuwe functionaliteiten voor de website kan een spin- off ontstaan voor de organisatie van de werkpocessen rondom de overige drie loketten (telefonie, post en balie).
Om het innovatief vermogen binnen de gemeente te mobiliseren hebben bestuur en management besloten om een innovatieprogramma in te richten van waaruit alle ontwikkelingsactiviteiten gecoördineerd worden. Zo’n innovatieprogramma stimuleert het ondernemerschap binnen de gemeentelijke organisatie. Management en bestuur gaan ervan uit dat er binnen de organisatie voldoende expertise aanwezig is om innovatieve projecten op te zetten. Door deze werkwijze blijft ook de lijnorganisatie verantwoordelijk voor de ontwikkeling van de specifieke digitale dienstverlening.
Om de activiteiten binnen het innovatieprogramma te kunnen bekostigen willen we een innovatiefonds opzetten. Vanuit het innovatiefonds zullen alleen de meest kansrijke projecten gefinancierd worden.
Het model van een gemeentelijke innovatieprogramma draagt voorts bij aan een gecoördineerde aanpak. De gemeente wordt door de burger weliswaar als één organisatie beschouwd, maar is intern sectoraal georganiseerd. Een gemeentelijk innovatieprogramma lijkt een ideale oplossing om een geïntegreerde aanpak voor de gehele organisatie te realiseren. Binnen het innovatieprogramma wordt immers bij de diverse sectoren een groot aantal afzonderlijke projecten gerealiseerd die door een heldere programmacoördinatie op elkaar worden afgestemd en binnen de gemeentelijke website geïntegreerd. Voor de programmacoördinatie willen we binnen de bestaande formatie een programmacoördinator aanwijzen die de samenhang binnen het programma en de voortgang van het programma als geheel bewaakt.


Het college van B&W heeft een aantal expliciete uitgangspunten voor het innovatieprogramma geformuleerd:
    • De burger moet bij elk project centraal staan en elk project moet toegevoegde waarde opleveren voor de samenleving;
    • Het innovatieprogramma wordt als een investeringsprogramma beschouwd, waarbij de structurele (beheers)kosten in principe vanuit de inverdieneffecten en vanuit de bestaande middelen worden gefinancierd.
    • De website moet een concernbenadering vertegenwoordigen, waarbij de gemeente, ondanks haar diversiteit in producten en diensten, als één organisatie naar buiten treedt onder verantwoordelijkheid van het gemeentebestuur.
    • De website sluit aan bij actuele ontwikkelingen in de informatiesamenleving en het openbaar bestuur;
    • De website heeft een gedegen en functioneel karakter, passend bij de Edese cultuur;
    • Het innovatieprogramma hanteert voor de uitvoering een tijdsscope van 3 jaar (2004 - 2006);
Het innovatieprogramma is erop gericht om bestaande technologie of bewezen digitale toepassingen die al in andere gemeenten succesvol zijn toegepast ook in Ede te introduceren.
Emmen
V1: De gemeente Emmen ziet in ICT een middel (instrument) om de burger dat in verschillende domeinen kan worden ingezet, zoals het stimuleren van de economie (=hoofddoel van het gemeentelijk beleid voor de komende jaren). Een voorbeeld is het (opstellen van) ICT- stimuleringsbeleid , o.a. breedband - ontwikkelingen. Maar ook bij de interactieve beleidsontwikkeling. Het meest expliciet wordt de (randvoorwaardelijke) rol van ICT genoemd bij de publieke dienstverlening. Overigens niet alleen om de burger van dienst te zijn, maar ook om de interne bedrijfsprocessen zo efficiënt mogelijk in te richten. Omdat deze laatste doelstellingen niet altijd in lijn met elkaar liggen leidt tot ´spanningen´.

Er zijn dus meerder invalshoeken t.a.v. ICT. Niet alles zal tegelijk (en realiseerbaar zijn. De gemeente zal dus keuzes moeten maken. De kosten/baten-afweging speelt daarbij uiteraard ook een rol.
V3: De belangrijkste beweegreden is ICT met voorrang in te zetten voor de publieksdienst. In dat kader  zijn van belang: vraagsturing integratie tussen werkprocessen kanaalcoördinatieuiteraard ook een rol.
Den Haag
Den Haag wil een klantgerichte gemeente zijn waarbij gewerkt wordt volgens de beginselen van de ‘een loket gedachte binnen verschillende kanalen. ICT is voorwaardelijk voor het ontkokeren van de organisatie.
ICT ondersteunt de in het collegeprogramma geformuleerde politiek- bestuurlijke doelstellingen. Idem het toekomstbeeld van Den Haag: internationale stad van recht en bestuur.
Den Haag wil de meest klantgerichte gemeente van Nederland worden en neemt daarom de burger/klant als vertrekpunt voor haar handelen.

Klik hier voor overzicht.
1. Voorwoord Dit boekje kan gelezen worden als een tussentijds verslag van de ontdekkingsreis die de gemeente Den Haag maakt op weg naar digitale dienstverlening. Het is een lange reis die begonnen is in 1999 toen de gemeenteraad de gemeentelijke I- visie vaststelde: het doel van de reis. In 2002 is dat doel nog eens herbevestigd met het programma Majesteit, waarbij de gemeente de intentie heeft uitgesproken in 2007 de meest klantgerichte gemeente van Nederland te willen zijn. In het programma Het Glazen Stadhuis is de koers uitgezet. Een 80-tal binnen het programma ontwikkelde projecten markeert de route van het schip. De opbrengsten van deze projecten tezamen vormen de gereedschapskist waarmee onze gemeente het digitale dienstverleningsproces wil organiseren. Dit proces moet gezien worden als een keten die loopt vanaf het eerste contact met de klant tot en met de daadwerkelijke elektronische uitlevering van een gemeentelijke dienst of product. Nu, oktober 2003, is het moment waarop we ervoor gekozen hebben een tussentijdse balans op te maken. We willen vaststellen of inderdaad het doel dat wij bij ons vertrek voor ogen hadden bereikt wordt. Maar tegelijkertijd willen wij hiermee aan de thuisblijvers de door ons gevaren koers presenteren. Mogelijk is onze aanpak voor hen voldoende betrouwbaar om op een snelle manier met omzeiling van de klippen en obstakels hetzelfde doel te bereiken. Wij voelen dat als een verplichting die onze gemeente heeft als een van de deelnemers aan het programma Super Pilots BZK richting onze mede-geldschieter, het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Op de ICT- markt hebben wij geprobeerd op een laagdrempelige manier de Haagse aanpak te presenteren. U bent in de vorm van een interactieve wandeling door de dienstverleningsketen geleid. Tijdens deze wandeling demonstreerden wij het aanvraag- en leveringsproces van een aantal gemeentelijke producten. U maakte daarbij kennis met in de keten geplaatste projectopbrengsten van het Glazen Stadhuis. Daarnaast kon u kennis maken met de leveranciers die hebben meegewerkt aan ontwikkeling en bouw van deze bouwstenen. Helaas was het niet mogelijk alle Haagse bouwstenen te laten zien. Daarvoor bood de markt onvoldoende ruimte. Maar daarnaast is een aantal nog niet gereed. Uit het voorgaande kunt u afleiden dat de gemeente Den Haag niet heeft gekozen voor snel scoren. De aanpak maakt dat niet goed mogelijk. Immers, in deze aanpak kan digitale dienstverlening eerst in de volle breedte werkelijkheid worden nadat de ICT-bouwstenen zijn opgeleverd. En daarmee is tegelijkertijd de belangrijkste doelgroep voor de ICT- markt gedefinieerd: alle medewerkers van de gemeente Den Haag die op de een of andere wijze verantwoordelijk zijn voor of medewerken aan de uitvoering van een primair proces. Dat zijn de processen die een rol spelen in de dienstverlening naar de burgers. Met de gereedschapskist in de hand en met de handreiking van een team gemeentelijke specialisten moet het mogelijk zijn binnen de geplande tijd (2006) alle daarvoor in aanmerking komende gemeentelijke producten digitaal te kunnen leveren. 
In dit boekje krijgt u achtergrond informatie. U maakt daarin kennis met de Haagse aanpak, met de weg waarlangs een architectuur en infrastructuur is ontwikkeld, met de programma’s en met de concrete projecten. Ook kunt u daarin lezen hoe dit traject binnen de gemeente is georganiseerd. Indien u meer functionele en technische informatie over deze projecten wenst wil de gemeente u die graag verstrekken. U kunt die vanaf de Haagse website krijgen, waarin een verwijzing is gemaakt naar een projectendatabank. Daaruit kunt u ook functionele en technische ontwerpen ophalen.
Ik wens u veel leesplezier en een goede markt toe!
De wethouder van o.m. Media- en Informatiebeleid,
Wilbert Stolte.