Om vanuit de huidige situatie te komen tot een uitgewerkt Integraal Informatiebeleid kan een stappenplan
op hoofdlijnen
worden geformuleerd. Elke fase of elke stap wordt afgesloten met een specifiek resultaat, meestal in
de vorm van een
beslisdocument dat aan het CDO ter besluitvorming wordt aangeboden. Elke fase kent op deze wijze een
GO / NO GO
moment. We zullen deze grote stappen eerst beknopt toelichten om later in te zoomen op de eerstvolgende
te nemen
stap in het proces. Voor deze stap zal de taskforce Informatiehuishouding in het volgende hoofdstuk
een concreet voorstel
doen. Om dit in een breder kader te kunnen plaatsen is het zinvol het gehele traject te beschrijven.
Het wordt dan duidelijk
dat het opstellen van een Plan van Aanpak in feite de tweede stap vormt in een uitgebreider proces:
Fase
1. Agenderen vraagstuk informatiehuishouding Resultaat: verzoek tot opstellen plan van aanpak
door het CDO
Peter van Beek en Rens Meijkamp hebben het advies “Een opgeruimd huis”
geschreven in opdracht van Jitze Miedema, de
gemeentesecretaris. Op basis van dit advies is in het CDO het belang van de ontwikkeling van gemeentelijk
informatiebeleid onderschreven. Bovendien heeft het CDO de Taskforce Informatiehuishouding gevraagd
om een Plan van
Aanpak uit te werken.
Fase 2. Opstellen plan van aanpak
Resultaat: Opdrachtverlening Taskforce door het CDO
De Taskforce Informatiehuishouding formuleert een Plan van Aanpak voor het ontwikkelen
van een gemeentelijk
informatiebeleid. Die aanpak moet dusdanig zijn uitgewerkt dat het CDO een besluit kan nemen over de
inzet van middelen
voor de uitvoering van dit plan. Een uitgewerkte begroting is hiervoor onmisbaar. Het plan van aanpak
moet duidelijk maken
welke weg (globaal) wordt bewandeld tot de implementatie van dit gemeentelijke informatiebeleid.
Fase 3. Opstellen doelstellingskader
Resultaat: breed gedragen doelstellingskader door het CDO
Het resultaat van deze stap is een doelstellingskader met meetbare beleidsdoelen die
breed gedragen worden door het
management. Het doelstellingskader betreft de volle breedte van het informatiebeleid van de gemeente.
Het
doelstellingskader volgt logisch uit de breed gedragen probleemanalyse, die onderbouwd is met argumenten
en cijfers. De
basis voor de probleemanalyse vormt het advies “Een opgeruimd huis”. Op onderdelen wordt
de probleemanalyse verder
uitgewerkt en/of onderbouwd. Vanuit verschillende domeinen (technisch, organisatorisch, politiek, financieel,
enzovoorts)
worden randvoorwaarden geformuleerd voor de uiteindelijke oplossing.
Fase 4. Ontwikkeling van een oplossing
Resultaat: Oplossing goedgekeurd en vastgesteld door het CDO
Tijdens deze fase wordt een integrale oplossing ontwikkeld waarin de verschillende
elementen van het gemeentelijk
informatiebeleid worden gespecificeerd. Op functioneel niveau wordt gespecificeerd welke elementen opgenomen
dienen te
worden binnen het gemeentelijk informatiebeleid. Het functioneel ontwerp wordt vervolgens vertaald in
technische
oplossingen in termen van software, hardware en informatiestructuur. Complementair hieraan wordt beschreven
welke
noodzakelijke organisatorische voorzieningen getroffen moeten worden om het digitaal informatiesysteem
te laten
functioneren.
Fase 5. Opstellen implementatieplan en begroting
Resultaat: Implementatieplan goedgekeurd door het CDO
Voor de invoering van het gemeentelijk informatiebeleid zijn verschillende scenario’s
denkbaar. Binnen deze fase wordt
aangegeven welk invoeringsscenario het meest wenselijk is.
Realiseren oplossing
Resultaat: een doelmatige informatiehuishouding
In de laatste fase wordt de feitelijke implementatie van het complex van voorzieningen
gerealiseerd.
Het innovatieprogramma www.ede.nlvoegt een nieuw element toe aan het
gemeentelijk informatiseringsbeleid. Om dat te
illustreren moeten we binnen het informatiseringsbeleid onderscheid maken tussen enerzijds interne en
externe zaken en
anderzijds tussen informatieaspecten en de technologische aspecten in de vorm van informatie- en
communicatietechnologie (ICT). Zowel software als hardware vallen hieronder. In onderstaand schema wordt
duidelijk
welke beleidsonderdelen binnen het geheel aan informatiseringsbeleid onderscheiden kunnen worden:
Aan het laatste beleidsonderdeel wordt op dit moment nauwelijks invulling gegeven.
Extern gerichtIntern gericht
Informatie
ICT
hardware
en
Ontwikkeling & beheer applicatiearchitectuur
conclusie
Uit dit schema wordt duidelijk dat de ontwikkeling van het internetloket een voorziening
is die primair voor de samenleving
ontwikkeld wordt en niet voor de gemeentelijke organisatie. Bovendien wordt duidelijk dat het innovatieprogramma
niet
primair wordt ingericht om hardware en software voorzieningen te ontwikkelen. De verdere ontwikkeling
van een digitaal
loket is vooral gericht op het ontsluiten van informatie voor burgers en bedrijven
Allereerst willen we de toegevoegde waarde van de Edese website op basis van een set van afzonderlijke
projecten
vergroten. De Edese website is vooral gediend met de ontwikkeling van nieuwe webfunctionaliteiten of
internettoepassingen. Daarom wordt de kern van het innovatieprogramma www.ede.nlgevormd
door de ontwikkeling én de
realisatie van een portfolio van projecten die leiden tot nieuwe webfunctionaliteiten. We kunnen hierbij
bijvoorbeeld denken
aan het aanvragen van een uittreksel uit het bevolkingsregister of het elektronisch reserveren van sportaccommodaties.
Binnen het innovatieprogramma worden nieuwe internettoepassingen gecreëerd die vooral voor de samenleving
(burgers,
bedrijven en maatschappelijke organisaties) toegevoegde waarde opleveren. Als bijproduct zullen de projecten
ook leiden
tot positieve effecten op de interne bedrijfsvoering. Het innovatieprogramma www.ede.nlis
een meerjarenprogramma dat
bestaat uit drie afzonderlijke jaarprogramma’s (2004 – 2005 – 2006). Elk jaar zal
vanuit het meerjaren innovatieprogramma
een afzonderlijk jaarprogramma van projecten en activiteiten worden opgesteld dat inspeelt op de actuele
situatie en
behoefte. Zo kan een jaarprogramma aansluiten bij het ontwikkelingsstadium van de digitale gemeente.
Vooralsnog worden
de volgende thema’s aan de drie jaarprogramma’s gekoppeld:
In de financiering van een jaarprogramma wordt op basis van een jaarlijks instemmingsbesluit
van de Gemeenteraad
voorzien.
Een jaarprogramma is opgesteld op basis van een advies van de Internetraad en draagt de steun van het
CDO. Een
jaarprogramma bestaat uit een afgewogen set van projecten die het resultaat vormen van concernbrede
afstemming en
prioritering. Uit een groslijst van projectsuggesties heeft de Internetraad een keuze gemaakt voor een
specifieke set van
projecten. De Internetraad heeft haar prioritering bepaald op basis van de intern beschikbare mogelijkheden
(infrastructuur
en kennis) en op basis van de externe beleidsmatige kansen. De Internetraad zoekt bij de samenstelling
van een
jaarprogramma naar een mix van verschillende projecten:
Deze projecten resulteren in interactieve vormen van informatievoorziening die burgers
klantgericht van antwoorden en
adviezen voorziet op specifieke vragen.
Deze projecten leiden tot nieuwe mogelijkheden voor burgers om via het internet diensten
te kunnen bestellen en af te
nemen.
Deze projecten voorzien in digitale platforms waarop bestuur en management doelgerichte
interactie met burgers aangaan
over specifieke beleidsmatige thema’s of projecten.
Dit innovatieprogramma wordt opgezet als een strategisch programma van waaruit de concernbrede ontwikkeling
van het
internetplatform wordt gerealiseerd. Om (de resultaten van) het innovatieprogramma goed te integreren
in de bestaande
organisatie is het van belang om zowel voor de concernbrede strategieontwikkeling als voor de realisatie
van de
verschillende projecten organisatorische voorzieningen te treffen. Naast de ontwikkeling van nieuwe
internettoepassingen
moet dus ook binnen het innovatieprogramma de organisatieontwikkeling verder worden opgepakt. Een digitale
overheid
vereist immers ook een verdere ontwikkeling van de organisatie om zowel de strategische ontwikkelingsvraagstukken
als
ook de operationele beheervraagstukken te kunnen beantwoorden.
Voor de strategieontwikkeling is onlangs de zogenaamde Internetraad opgericht. Deze adviesraad functioneert
als het
concernbrede platform voor afstemming en als hét adviesorgaan voor het CDO en college ten aanzien van
de ontwikkeling
van de Edese website. In de Internetraad zijn alle sectoren vertegenwoordigd, alsmede alle functionele
afdelingen (ICT,
Communicatie en I-Strategie). Voor de realisatie van het innovatieprogramma wordt in de oprichting van
een tijdelijke
concernbrede programmacoördinatie voorzien. Om het resultaat van het programma meer te laten zijn dan
de som van een
aantal afzonderlijke projecten, is het van belang om ook in de uitvoering vanuit een gezamenlijke strategie
het programma
aan te sturen en individuele projecten op elkaar af te stemmen. De verdere ontwikkeling van de digitale
overheid zal
daarom door een programmacoördinator moeten worden geleid. Deze programmacoördinator wordt verantwoordelijk
voor de
realisatie van het innovatieprogramma. Wanneer de gemeentelijke website verrijkt wordt met interactieve
toepassingen voor
burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties heeft dat ook grote gevolgen voor de operationele
organisatie. Burgers
verwachten dat er via het internet ook een nauwgezette dienstverlening wordt aangeboden die zeker niet
achterblijft bij de
kwaliteit van de dienstverlening die via de traditionele kanalen (fysieke balie en telefoon) wordt geleverd.
De ontwikkeling
van de organisatie voor de digitale dienstverlening moet daarom een integraal onderdeel uitmaken van
dit
innovatieprogramma. De ontwikkeling van nieuwe internettoepassingen zal dus altijd gepaard moeten gaan
met de
ontwikkeling van de beheersorganisatie. De lijnorganisatie die verantwoordelijk is voor de levering
van specifieke producten
zal hiervoor verantwoordelijkheid moeten gaan nemen.
Om alle activiteiten binnen het innovatieprogramma www.ede.nlte kunnen
financieren is een investeringsfonds nodig. In de
meerjarenbegroting van 2002 heeft het college van B&W een voorziening getroffen binnen de DOE- reserves
ter grootte van
1 miljoen euro voor een periode van drie jaar. Dit is in de loop van 2003 in de meerjarenbegroting 2003 – 2007 omgezet in
een reservering ruim 280.000 euro voor de jaren 2004, 2005 en 2006.
Het innovatiefonds is een voorziening om eenmalige investeringen te kunnen financieren.
Alle structurele kosten die
voortkomen uit deze investeringen zullen vanuit de bestaande budgetten gedragen moeten worden. De centrale
gedachte
hierachter is dat deze investeringen structurele besparingen kunnen genereren. Deze besparingen kunnen
worden ingezet
om de structurele lasten te dragen.
In aansluiting hierop stellen we voor om de beleidsverantwoordelijken die projecten
met middelen vanuit het
innovatieprogramma realiseren ook verantwoordelijk te maken voor de structurele kosten die volgen uit
deze projecten.
|