|
Vraag/aanbod en opdrachtgever/opdrachtnemer
Aan de basis van de volgende onderdelen staat een vraag/aanbod model waarbij 5 stappen worden doorlopen.
Zowel stappen die de
burger zet aan 'zijn' vraagzijde alsook de reactie ofwel de 'antwoordstappen' van de bureaucratie en
de rol van het bestuur in het
maken van keuzes en scheppen van voorwaarden om de 'antwoordstappen' mogelijk te maken. Deze cyclus
van telkens weer 5
stappen in deel 3 (burger, bestuur, bureaucratie) staan centraal in deze handleiding en worden verder
behandeld in deel 3.
11. Veel gestelde vragen
11.1 Vragen van de burger
11.1.1 Wat is elektronische dienstverlening?
Sinds jaar en dag organiseert de overheid haar diensten via de traditionele fysieke loketten, briefverkeer
en telefoon. Kortelings zijn
daar de fax bijgekomen en het Internet. Een belangrijk pluspunt van het Internet is dat het gedurende
7 dagen in de week en 24 uur
per dag beschikbaar is. Daarnaast gaat het uit van de één loket-gedachte en wordt in principe alle dienstverlening
via dit ene loket
aangeboden.
Elektronische dienstverlening kent een aantal fasen. • In de eerste fase wordt via de website alleen
informatie over het
gemeentelijke productenaanbod verstrekt.
• In de tweede fase is het ook mogelijk een formulier van het web op te halen (downloaden)
en dat na invulling per post in te sturen.
Afhandeling vindt daarna op de traditionele wijze plaats.
• De derde fase is gelijk aan de tweede met dien verstande dat het formulier na
invulling ook elektronisch kan worden verzonden
(uploaden) via email of direct via de website. Soms is het mogelijk dat in de gemeentelijke administraties
aanwezige persoonlijke
gegevens al bij het invullen van het formulier worden ingelezen. Daarvoor is het wel nodig dat de elektronische
identificatie van de
klant is geregeld.
• Er is sprake van volledige elektronische dienstverlening als het gevraagde product
ook elektronisch geleverd wordt.
• De meest volwassen vorm is bereikt wanneer gemeentelijke dienstverlening is geïntegreerd
met private dienstverlening. Het gaat
dan om thematisch georganiseerde dienstverlening zoals huwelijk, vakantie, ondernemerschap, enz. Om
dit te verwezenlijken
organiseert de gemeente Den Haag op haar Residentie.net portalen.
11.1.2 Zit de burger wel te wachten op elektronische dienstverlening?
Het is waar dat het aantal transacties dat on line plaatsvindt nog ver achterblijft bij die langs de
traditionele kanalen. Dat heeft alles te
maken met het nog geringe elektronische aanbod. Zeker is wel dat in het private verkeer elektronisch
verkeer veel verder ontwikkeld
is. De vraag hiernaar van de burger richting (lokale) overheid zal dan ook steeds luider worden.
11.1.3 Wordt de gemeentelijke dienstverlening via het elektronische loket voor de burger goedkoper of
beter?
Dankzij elektronische dienstverlening kunnen gemeentelijke processen meer gestandaardiseerd worden uitgevoerd.
Dat zou tot
verhoging van de kwaliteit moeten kunnen leiden. Daarnaast biedt het ook legio extra functionaliteit
die via de traditionele kanalen niet
mogelijk is. Denk aan het in één handeling aanvragen van meerdere met elkaar samenhangende producten.
Of het via de website
kunnen volgen van de leveringsprocedure. Ook is het mogelijk dat de burger / klant inzage krijgt in
zijn binnen de administraties
aanwezige eigen gegevens. Hij kan ze daardoor controleren op juistheid en actualiteit. Dit kan weer
tot een betere kwaliteit leiden. Hij
kan zich ook laten informeren over allerlei gemeentelijke initiatieven die betrekking hebben op bijvoorbeeld
zijn woonstraat of buurt.
Digitale oplossingen maken de dienstverlening waarschijnlijk niet rechtstreeks goedkoper. Wel zal sprake
kunnen zijn van
vermindering van administratieve lasten doordat overheden in hun dienstverlening aan de burger veel
meer dan nu het geval is zullen
samenwerken.
Doordat de gemeente meer transparant opereert zou het vertrouwen in de overheid moeten kunnen toenemen.
11.2 Vragen van de ondernemer
11.2.1 Kan elektronische dienstverlening zorg dragen voor administratieve lastenverlichting?
Ja dat kan zeker. Via het web kunnen in één handeling meerdere processen worden opgestart. Daarbij moet
de gemeente het zo
organiseren dat maar eenmaal aan de klant (burger of bedrijf) om hetzelfde gegeven wordt gevraagd. Of
wanneer die gegevens al bij
de gemeente aanwezig zijn: niet opnieuw worden gevraagd. Denk bijvoorbeeld aan het voorbeeld waarbij
een horecaonderneming van
eigenaar verandert. De nieuwe eigenaar moet daarvoor meerdere gemeentelijke vergunningen aanvragen.
Dat kan elektronisch in één
procesgang.
11.3 Vragen van de bestuurder
11.3.1 Wat is het voordeel voor de gemeente?
Het virtuele loket zal nooit de traditionele loketten kunnen vervangen; het komt erbij. Aan de gemeente
worden in dat opzicht hogere
dienstverleningsnormen gesteld dan aan het bedrijfsleven. Zo bezien kost het voor de korte termijn geld.
Een belangrijk voordeel is
echter dat het de gemeente de mogelijkheid biedt (ertoe noodzaakt) haar interne processen opnieuw te
organiseren op basis van de
vraag van de klant. Daardoor wordt verkokerde dienstverlening (zie: de totstandkoming van de Haagse
architectuur) doorbroken. Dit
kan tot een aanzienlijke efficiency-winst leiden.
11.3.2 Wat zijn de succesfactoren? • Draagvlak Het is heel belangrijk dat het besluit tot het invoeren
van elektronische
dienstverlening breed door bestuur en ambtelijke organisatie wordt gedragen. Elektronische dienstverlening
betekent veelal dat
verticale (verkokerde) dienstverlening wordt vervangen door horizontale. (Zie: de totstandkoming van
de Haagse architectuur).
Samenwerking tussen bedrijfsonderdelen, standaardisatie- afspraken en gemeenschappelijk beheer (van
gegevens, systemen en
infrastructuur) zijn hiervan belangrijke kenmerken.
• Een aanpak
Kies een aanpak die aansluit bij de eigen gemeentelijke cultuur. In Enschede bijvoorbeeld
is ervoor gekozen de gemeentelijke
producten als startpunt te nemen. Per product wordt het dienstverleningsproces georganiseerd in zogenaamde
Griffieren. De Haagse
aanpak kenmerkt zich in een ketenbenadering. Er is een model ontwikkeld waarin de gemeenschappelijke
componenten (de kleinste
eenheden) in een logisch verband zijn samengebracht. Die componenten tezamen hebben het karakter van
een architectuur.
Wanneer die gereed is kan je vervolgens je gemeentelijke productenaanbod daarmee ontsluiten tot en met
de hoogste
dienstverleningsfase. (Zie ook: de totstandkoming van de Haagse architectuur)
• Centrale regie
Sturing vanuit het concern is een voorwaarde. Er moet immers een proces-overstijgende
organisatie worden opgebouwd. Vanuit het
concern worden de grote lijnen ontwikkeld die vervolgens door projectleiders van de diensten worden
ingevuld en uitgewerkt.
• Financiën
Het helpt zeer wanneer de diensten financieel ondersteund worden bij het ontwikkelen,
bouwen en implementeren van de
afzonderlijke componenten van de architectuur. Soms zal een te ontwikkelen onderdeel slechts beperkte
betekenis voor een
individuele dienst hebben maar kan deze cruciaal zijn voor het totaal.
11.3.3 Hoe pak ik het aan als ik in mijn gemeente ook diensten via het virtuele
loket wil gaan verlenen?
Sinds kort functioneert de eGem- organisatie, een initiatief van de Vereniging van
Nederlandse Gemeenten en ministerie van
Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. eGem wil gemeenten ondersteunen bij het invoeren van elektronische
dienstverlening. Zij
wil best practices laten zien en ook fungeren als magazijn waarin de opbrengsten van gemeentelijke inspanningen
in deze richting
kunnen worden samengebracht voor distributie naar andere gemeenten. Er komen regionale adviseurs.
11.3.4 Hoeveel tijd moet ik er voor uittrekken?
Er is sprake van een langlopend traject. De Super Pilot-gemeenten (Den Haag, Eindhoven,
Enschede, Helmond) zijn inmiddels in het
derde van vier jaren aan de slag en ze zijn nog niet klaar.
11.3.5 Wat kost het?
Dat is moeilijk aan te geven. De kosten nemen meer dan evenredig toe naarmate gestreefd
wordt naar een hoger
dienstverleningsniveau. In Den Haag is hiervoor gedurende 4 jaar (2001- 2004) aan concern- en rijksmiddelen
een bedrag van in totaal
? 5,5 miljoen beschikbaar, terwijl voor de vernieuwing van de grote bedrijfsvoeringssystemen structureel
? 4,5 miljoen kan worden
aangewend.
11.4 Vragen van de ICT-manager
11.4.1 Kan mijn huisleverancier de benodigde programmatuur leveren?
De grote IT-leveranciers op de gemeentelijke markt zijn van oudsher goed in het ontwikkelen
van procesgebonden applicaties. Dat
volstaat niet meer omdat deze systemen niet altijd in een web- omgeving draaien en zij bovendien uitgaan
van procesverwerking door
een gemeentelijke medewerker. Daarnaast moeten in één handeling soms meerdere processen worden opgestart.
Dat alles tezamen
vraagt een andere wijze van inrichting van de informatiehuishouding; generieke horizontale systemen
vervullen daarin een belangrijke
rol (zie bijvoorbeeld: de totstandkoming van de Haagse architectuur). Zolang die nieuwe systemen er
nog niet zijn moeten de
elektronische formulieren worden ingelezen in de processystemen. Dat gaat niet zomaar, daarvoor zijn
vertaalslagen nodig via
stekkers (zie ook: de Haagse middle ware- oplossingen). Voor het bouwen van dergelijke stekkers is de
medewerking van de
leveranciers van die systemen nodig. Deze stekkers zijn niet nodig indien de processystemen open standaarden
(zoals XML)
ondersteunen.
11.4.2 Is er al een landelijk stelsel voor identificatie en authenticatie?
Nee, nog niet maar het ziet er naar uit dat er nu snel iets komt. Het ICTU- programma
Public Key Infrastructure (PKI) beoogt het
opleveren van een instrumentarium voor de invoering van een landelijk te gebruiken elektronische identificatiekaart.
Het technisch
ontwerp is gereed, alleen de landelijke uitrol laat om financiële redenen op zich wachten. Nu blijkt
in de praktijk dat voor
overheidsdienstverlening in veel gevallen kan worden volstaan met een lichtere vorm van identificatie.
Dit heeft geleid tot het initiatief
van een aantal overheidsinstellingen (waaronder de Belastingdienst) om voor de middellange termijn een
lichter stelsel in het leven te
roepen. In dit project participeert ook een aantal gemeenten (waaronder Rotterdam, Den Haag en Utrecht).
De verwachting is dat
begin 2004 een PKI-light variant voor een eerste proef gereed is; de NAV (Nationale Authenticatie Voorziening).
Het komt er op neer
dat er een landelijke, centraal beheerde, database komt (gekoppeld aan het GBA) waarin - voorlopig alleen
- de natuurlijke personen
zijn opgenomen. Van elk persoon is in de database naast naam en adres ook het Sofi- nummer vastgelegd.
Wanneer de klant voor
het eerste een elektronische transactie wil aangaan vraagt hij een toegangscode aan. Deze krijgt hij
toegestuurd op zijn GBA adres
waarna de dienstverlening feitelijk kan beginnen.
11.4.3 Wat zijn de Haagse standaardisatiegebieden?
In de gemeente Den Haag zijn de te hanteren standaards georganiseerd rond de 5 (vraag
en aanbod) B’s. Nog niet alle zijn formeel
vastgesteld.
• Balie content managementsysteem (Smartsite)
productencatalogus (GPDC)
viewer kaartgegevens
klantenrelatiebeheer (Burger Regie Applicatie)
• Beleid content managementsysteem (Smartsite)
• Besturing (tool voor) procesbeschrijvingen
aanvraagformulieren (DFS)
elektronisch betalen (BNG Internet kassa)
document management
werkstroom beheers systeem
postregistratie (P&A+)
middelensystemen (PION/Prisal)
klanten- en medewerkersidentificatie (centrale digitale sleutel)
gekoppelde ontsluiting van informatie uit processystemen (Haagse Infodesk)
• Bestand database management systeem (Oracle)
kernregistraties (personen, niet- natuurlijke personen, vastgoed, adressen, topografie)
gegevensuitwisseling: transport (HTTP), structuur (XML), tussen applicaties (SOAP)
• Beheer kantoorautomatisering (Microsoft Office)
netwerkbesturing (Novell Netware)
desktop besturingssysteem (MS- Windows)
server besturingssysteem (Windows of Unix)
systeemontwikkeling (.Net van Microsoft en Oracle)
transport- en netwerkprotocol (TCP/IP), datalink (Ethernet)
ICT-beheer (ITIL)
• Beveiligingopvragen directory- gegevens (LDAP)
verbindingen (HTTPS)
11.4.4 Kan ik de beschikking krijgen over de Haagse opbrengsten?
Ja dat kan. Den Haag doet mee met het programma Super Pilots BZK en krijgt daardoor
ook financiële ondersteuning van het rijk. In
ruil daarvoor zal Den Haag - voor zover zij daartoe juridisch bevoegd is - alle verworvenheden van haar
Glazen Stadhuis- programma
via de eGem- organisatie beschikbaar stellen aan andere gemeenten. Dit kunnen zowel documenten als concrete
applicaties zijn. In
de Haagse projectendatabank is alle relevante project- informatie vastgelegd. Daartoe behoren visie-
en beleidsdocumenten,
functionele en technische ontwerpen. Deze zijn te bereiken via denhaag.nl/ict.
11.5 Vragen van de medewerker in het primaire proces
11.5.1 Ik heb geen verstand van ICT, maar wil wel mijn product op het web ontsluiten.
Hoe doe ik dat?
In de Haagse aanpak worden alle technische componenten die voor elektronische dienstverlening
nodig zijn in een bouwdoos
opgeslagen. Wat er vervolgens moet gebeuren is te ontleden hoe het transactieproces van het betreffende
product in elkaar steekt,
vanaf het eerste contact met de klant tot en met de daadwerkelijke levering. Op basis daarvan kan bepaald
worden welke
componenten uit de bouwdoos voor webontsluiting nodig zijn. We maken hierbij gebruik met een in Enschede
ontwikkelde werkwijze:
de Griffieren-methode. Daarvoor is een aantal medewerkers (ICT-ers, proces-analisten) vrijgemaakt die
tezamen met sleutelfiguren uit
het betreffende primaire proces een projectteam vormen. Ruwweg gaat het er daarbij om het volgende vast
te stellen:
• om welk gemeentelijk product gaat het (VIND) en hoe wordt het omschreven,
• hoe zit de wet- en regelgeving in elkaar,
• zijn er voorwaarden aan de levering verbonden, zo ja welke,
• hoe verloopt het leveringsproces (de procesbeschrijving en werkinstructies),
• hoe ziet het transactieformulier eruit, welke gegevenselementen zijn hierbij nodig,
• is er sprake van betaling (leges),
• met welk processysteem (in het backoffice) moet worden gecommuniceerd.
Na afronding van deze exercitie kunnen de ICT- componenten daadwerkelijk worden toegepast.
11.5.2 Zijn er juridische of andere beletselen die elektronische dienstverlening
in de weg staan?
Niet alle gemeentelijke producten komen in aanmerking voor levering via het web. Dat
kan zijn omdat sprake is van feitelijke levering
(ophalen van huisvuil b.v.) of omdat er juridische, bedrijfs-organisatorische of technische beletselen
bestaan. In het in opdracht van de
Superpilots BZK uitgebrachte rapport “Verantwoorde elektronische dienstverlening” is een uitvoerige
checklist opgenomen om de
haalbaarheid vast te stellen. In de praktijk blijkt dat slechts in een zeer beperkt aantal gevallen
sprake is van juridische beletselen,
zeker na het in werking treden van de Wet elektronische handtekening.
|