Burgerrollen
Onderwerp: Strategie / Burgerrollen (vraagkant)

Inleiding
VRAAG:Kunt u de vraag van de burger ordenen?
VRAAG: Ziet u structuur en of een logische volgorde in de vragen van de burger, is deze onder te verdelen naar een aantal stappen, in hoeveel verschillende rollen ziet u de burger optreden?
Noot: De burger stelt meer en meer kwaliteitseisen. Om op de specifieke vragen van de burger te kunnen anticiperen dienen er vraagpatronen onderscheiden te worden.

Bij alle vraagpatronen van de burger kunnen we 5 rollen onderscheiden:
  • bezoeker
  • beïnvloeder
  • besteller
  • bewaker
  • browser

Antwoorden:
Delft
Het programma KIS 2 wordt uitgevoerd in de periode 2002 – 2006 en omvat een vijftal deelprogramma’s. Dit hoofdstuk gaat in op de burgerwaarden die aan deze programma’s ten grondslag liggen. Instrumenten die de kwaliteit van de uitvoering van KIS 2 bevorderen en meten worden beschreven in hoofdstuk 5. Hoofdstuk 6 beschrijft vervolgens de deelprogramma’s. Uiteraard is er voor een omvangrijk project als dit een uitvoeringsorganisatie nodig met duidelijke verantwoordelijkheden; die organisatie wordt beschreven in hoofdstuk 7.

Delft wil het niveau van dienstverlening meetbaar maken. Bij de overheid vindt al lang discussie plaats over de criteria waaraan de relatie tussen burger en gemeente kan worden afgemeten. Tot een landelijke standaard is het nog niet gekomen. De consumentenwaarden zoals de Consumentenbond die hanteert voor de relatie tussen klant en bedrijf – beschreven in de nota ‘Marktmeester aan zet’ – zijn een bruikbaar alternatief. Deze consumentenwaarden zijn vrij eenvoudig te vertalen in burgerwaarden die passen bij de relatie tussen overheid en burger.
De volgende consumentenwaarden zijn de basis voor de burgerwaarden:
Keuzevrijheid, zodat consumenten/burgers zelf kunnen beslissen wat het best is voor henzelf; Toegang tot goederen en diensten die consumenten/burgers nodig hebben om hun leven te leiden (inclusief de benodigde educatie); Duurzaamheid, zodat goederen en diensten niet de voorziening in behoeften van de toekomstige generaties onmogelijk maken. Kwaliteit, in de vorm van hoge standaarden voor producten en diensten;
Waar voor je geld, een evenwichtige verhouding tussen prijs en kwaliteit;
Klacht- en verhaalmogelijkheden, zodat consumenten/burgers eerlijk en redelijk behandeld worden als dingen verkeerd gaan;
Informatie, zodat keuzen effectief en realistisch kunnen zijn;
Veiligheid, zodat goederen en diensten hun gebruikers niet schaden;

Aangezien de dienstverlening bij de overheid gebaseerd is op andere principes dan in de marktsector kunnen niet alle waarden worden overgenomen. Dit geldt ook voor de waarde ‘keuzevrijheid’, deze is niet één op één als burgerwaarde over te zetten. Immers, een gemeente heeft te maken met wetten en regels, met producten en diensten die in een monopoliesituatie worden aangeboden. De burger als klant heeft dus niet altijd (zoals in het bedrijfsleven) de vrijheid te kiezen. De verhouding burger en bestuur is voor elk product of dienst anders, afhankelijk van wet en regelgeving.
De consumentenwaarde ‘toegang’ laat zich daarentegen zeer goed vertalen in de burgerwaarde ‘toegankelijkheid’. Burgers hebben recht op maximale toegang tot die producten en diensten die zij van de gemeente nodig hebben om hun leven optimaal te kunnen invullen. De gemeente moet het dus voor de burgers zo gemakkelijk mogelijk maken om producten en diensten te kunnen verkrijgen. Het is duidelijk dat de gemeentelijke balie, maar ook de balie op straat hier een centrale rol in spelen.
De waarde ‘duurzaamheid’ krijgt in overheidsland de inhoud van ‘doeltreffendheid’ met name in het geval van informatieproducten. Uiteraard geldt de waarde duurzaamheid ook voor fysieke producten. Een product of dienst, door de gemeente geleverd, moet die uitwerking hebben die ermee bedoeld is. Deze uitwerking mag uiteraard niet in conflict zijn met toekomstige behoeften van burgers (het principe van duurzaamheid). Dit betekent dat de beslissing tot het leveren van een bepaald product of dienst zorgvuldig moet worden voorbereid. Dit geldt ook voor de manier waarop het product/de dienst zal worden geleverd.
De consumentenwaarden ‘kwaliteit’ en ‘waar voor je geld’ vatten wij samen in de burgerwaarde ‘betrouwbaarheid’. Het is duidelijk dat de waarde ‘kwaliteit’ van de Consumentenbond onverminderd geldt voor de gemeentelijke overheid. De burger heeft recht op kwaliteit en de gemeente moet daarvoor zorgen. Kwaliteit heeft hier niet alleen betrekking op kwalitatief goede producten en diensten, maar ook op informatie. Kwaliteitshandvesten vormen een goed instrument om hieraan invulling te geven. De gemeente geeft de burgers informatie over het niveau van kwaliteit van producten en diensten dat men kan verwachten en welke prestatie er tegenover staat, indien de gemeente die afgesproken kwaliteit niet levert. Hetzelfde geldt voor de waarde ‘waar voor je geld’. De gemeente heeft het monopolie voor vele producten en diensten. Burgers hebben dus niet de mogelijkheid een andere aanbieder te zoeken die wellicht die producten en/of diensten tegen een gunstigere prijs-kwaliteitverhouding levert. Om deze reden moeten de burgers erop kunnen vertrouwen dat de gemeente haar best doet de meest optimale ‘kwaliteit’ te leveren.
In het verlengde van de burgerwaarde betrouwbaarheid ligt de waarde ‘controleerbaarheid’, deze komt overeen met de consumentenwaarde ‘klacht en verhaal’. Om te kunnen constateren of burgers eerlijk en redelijk worden behandeld, of de geleverde producten voldoen aan de gestelde kwaliteitseisen, of de juiste doelgroepen met de juiste producten worden bediend, is het noodzakelijk dat het functioneren van de overheid controleerbaar is. En dit niet alleen om te kunnen ingrijpen op het moment dat dingen verkeerd gaan, maar vooral om die situatie te voorkomen.
De waarde ‘informatie’ geldt zowel voor de private als de publieke sector. De burger heeft recht op informatie over het waarom, het hoe en het waar van producten, diensten, procedures enzovoorts. Anders dan in de private sector geldt bij de overheid dat alleen de juiste informatie, op de juiste manier, op de juiste plek, aan de juiste persoon moet worden verstrekt. Want evenals in de private sector mogen de producten en diensten die de gemeente levert op geen enkele manier hun gebruikers schade berokkenen. Dat wil zeggen: ze moeten geschikt zijn voor het doel dat zij dienen, ze moeten ‘veilig’ zijn, ze moeten doelmatig zijn. De waarden ’informatie’ en ‘veiligheid’ worden op deze manier vertaald in het principe van ‘doelmatigheid’ voor de overheid.
We hanteren daarom de volgende vijf burgerwaarden: toegankelijkheid van organisatie en informatie; doeltreffendheid van producten en diensten. betrouwbaarheid van dienstverlening, waarbij de gemeente haar best doet de optimale kwaliteit te leveren; controleerbaarheid van functioneren van de overheid;
doelmatigheid van de inzet van de gemeente.

Deze vijf burgerwaarden hebben een duidelijk relatie met de vijf schakels uit de informatieketen en vormen de basis voor de deelprogramma’s waarin het KIS-programma zal worden onderverdeeld. Impulsprojecten vanuit het KIS- programma zullen met de andere ICT- projecten worden ondergebracht in deze programma’s. Zo ontstaat samenhang en kan afweging en prioritering plaatsvinden.
Emmen
Emmen kent op hoofdlijnen een ordening van vragen:
Publieksdienst: behandelt de (individuele) vragen waarop het antwoord bekend is.
Stedelijke dienst: behandelt de vragen waarop het (beleids) antwoord nog geformuleerd moet worden
Dienst Gebiedsbeheer: vragen m.b.t. de leefomgeving (grijs en groen) aangeduid als ´Emmen voor iedereen´

De nieuwe organisatiestructuur is geënt op dit type vragen.
VRAAG: Ziet u structuur en of een logische volgorde in de vragen van de burger, is deze onder te verdelen naar een aantal stappen, in hoeveel verschillende rollen ziet u de burger optreden? Met betrekking tot de publieke dienstverlening is  de Haagse volgorde te onderkennen in de vragen van de burger.: balieinfo, beleidsinfo, bestelinfo, bestandsinfo en beheers/beveiligingsinfo.  Hoe digitaler de dienstverlening, hoe meer rollen er bij komen (en hoe zwaarder de eisen)
Ede
 
Den Haag
Zie boven en boekje